Terwijl ze in het Zuiden des lands Carnavallen en in Oeteldonk, Krabbegat en vele andere steden dezer dagen het glas altijd half vol is, lijkt het in olympische Pyeongchang vaker half leeg. Ik verbaas me hierover.

In plaats van me in boerenkiel en met felle pruik door de straten te begeven, zit ik met een oranje hoofdtooi voor de TV in mijn woonkamer. Ik vind het heerlijk!
Wat fijn dat je er bent snowboarders, skischansspringers, ijshockeyers, langlaufers, bobsleeërs, curlers , schaatsers en andere atleten! Twee weken winters topsporten in beeld. Ik houd ervan.
Ik geniet van de positieve olympic vibes. Van de ogenschijnlijke toenadering tussen Noord en Zuid tijdens de openingsceremonie. Van de beelden van zoveel nationaliteiten in een stadion. Zo veel sporters die keihard hebben getraind om hierbij te zijn. Van de mooie verhalen. Van afzien. Verhalen over wilskracht. Zoals van Canadese snowboarder McMorris, die 11 maanden geleden nog voor dood in een ziekenhuis lag en nu brons wint. Snowboardster Cheryl Maas die sportief reageert op het door te harde wind verplaatste onderdeel slopestyle dit weekend: ”Ik hou van snowboarden. Het mooiste is, dat ik dit mag laten zien en hopelijk anderen inspireer. Ik voel me daardoor al een winnaar”. Inspirerende sporters, die allemaal willen presteren, maar zich ook realiseren dat het mogen meedoen aan dit evenement ook uniek is. Ik verheug me het meest op het schaatsen. De sport waar verreweg de meeste atleten van TeamNL aan deelnemen, en waar ons kleine land groot in is.

Goud verliezen of zilver winnen?
Meteen het eerste weekend word ik als TV kijker al getrakteerd op fantastische prestaties van de Nederlandse sporters.
Met zoveel succesvolle medaillewinnaars, verbaas ik me echter over de woordkeuze van journalisten en de manier van verslaggeving. Terwijl Sjinkie Knegt erin slaagt om voor de tweede keer in zijn loopbaan als shortracker zilver te behalen op de 1500 meter, spreekt men niet van behaald zilver, maar van verloren goud. En in plaats van het te hebben over de uitzonderlijke positie van 3(!) Nederlandse vrouwen op het erepodium praat men vooral graag over de ‘verloren’ eerste plek van Ireen Wüst.
Beste mensen, drie vrouwen hebben een topprestatie geleverd.
Carlijn Achtereekte reed op sensationele wijze met een ‘ontspannen race’ al vroeg in het programma een droomrit die nog een fractie sneller bleek te zijn dan die van Wüst. En terwijl Wüst die –zoals het een ambitieuze sporter betaamt – voor goud ging, het sportief opvat (“Ik ben op waarde geklopt.. Dit is mijn negende olympische medaille, dus daar mag ik uiteindelijk wel tevreden mee zijn. Ik heb mijn best gedaan”) geven enkele media er toch de voorkeur aan te koppen met ‘Gouden verliezer Wüst’, in plaats van met ‘Gouden winnaar Achtereekte’.

Positieve woordkeuze, positief resultaat
Nu zal de oplettende lezer wellicht als antwoord geven dat ik in mijn vorige blog adviseerde om aantrekkelijke teksten met prikkelende koppen te schrijven. Dat klopt. Maar dat kan volgens mij ook op een positieve manier.
In mijn trainingen, als mensen met een stelling of een probleem aan de slag gaan en hierover gaan brainstormen, begin ik ook altijd met het (helpen) herformuleren van de vraag. Dus niet “Hoe voorkom ik dat ik nog meer marktaandeel verlies” Maar: “Hoe zorg ik ervoor, dat groei realiseer en mijn marktaandeel toeneemt?” Zelfde gedachte. Andere mindset. Andere uitkomst.
Onlangs mocht ik een sessie verzorgen, waarbij ik mensen met deels negatieve ervaringen, en in eerste instantie tegengestelde belangen met elkaar in dialoog liet gaan in plaats van in discussie. Dit volgens de methode van het ‘waarderend vernieuwen’.
Verrassend genoeg (al vond ik het zelf helemaal niet zo verrassend) kwamen de deelnemers al pratende tot de conclusie dat ze meer gemeen hadden dan ze in eerste instantie dachten en dat er ook veel kansen waren die ze nog konden benutten. In plaats van te focussen op wat er niet goed was gegaan, liet ik ze elkaar vragen stellen als: ‘”Wat was je meest positieve ervaring? Wat was jouw rol hierin. Hoe zie jij de toekomst? Waar ben je trots op? Waar droom je van? Wat heb je geleerd van je recente ervaring?” Het blijkt dat deze positieve woordkeuze positieve gedachten oproept en een positief resultaat van het gesprek tot gevolg heeft. Door de te focussen op wensen en dromen en wat goed gaat en beter kan, focus je op wat er te winnen valt, op de toekomst. Door te focussen op wat er mis ging en de fouten die gemaakt zijn, kijk je alleen naar het verleden, naar problemen en niet naar oplossingen.

Dus beste mensen, nu in deze carnavalstijd bij veel mensen het glas half vol is, zullen we daar als sportminnend Nederland ook gewoon aan meedoen?
Dan is het dus niet het ‘verloren goud van Wüst’ maar ‘de uitzonderlijke prestatie van de Nederlandse schaatsers: een topje van de ijsberg met nog zoveel mooie onderdelen in het verschiet’!
En voor de journalisten onder ons: door aan Ireen in plaats van “wat ging er mis” te vragen: “Wat neem je uit deze race mee om het volgende keer NOG beter te doen”, draagt ook ú uw steentje bij aan een vol glas en een nog vollere medaillekast met positief gestemde sporters die trots mogen zijn op wat ze neerzetten.

Sportieve groet,

Stefanie Couwenberg
www.denkbdl.nl

PS: En wat heb ik gesmuld van de 5000 meter schaatsen heren. Niet alleen vanwege de fenomenale race van Sven Kramer. Ook van de stroom van suggestieve berichten die verscheen door één gebaar...Het onderschatte effect van non-verbale communicatie 🙂